13 juli 2016
Terug

Antiterrorismebeleid

Terrorismebestrijding heeft prioriteit gekregen in Europa na de aanslagen van 11 september 2001 in New York, 11 maart 2004 in Madrid, en 7 juli 2005 in Londen. Een reden om terrorismebestrijding opnieuw hoog op de agenda te zetten door voorzitter Tusk van de Europese Raad was de aanslag op de redactie van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs op 7 januari 2015. De Europese Raad gaf begin vorig jaar de opdracht aan de Europese Commissie om standaard een Europees Passagiersnamen Register te gebruiken. Na de aanslagen in Parijs van 13 november 2015 en in Brussel op 22 maart 2016 is het duidelijk dat een effectieve aanpak van terrorisme van groot belang is.

Samenwerking

Politie- en inlichtingendiensten van diverse landen werken sinds het einde van de 20e eeuw al samen om terroristische aanslagen te voorkomen. Deze samenwerking is sinds de terroristische aanslagen van de afgelopen tijd in Europa alleen maar uitgebreid. Terrorismebestrijding is voor alle grote samenwerkingsverbanden in Europa (Europese Unie, Raad van Europa, OVSE, en Navo) een prioriteit. 

De Raad heeft in maart 2016 een overeenkomst kunnen sluiten over een toegevoegde richtlijn aan het terrorismebestrijding waarbij voorbereidende handelingen zoals; het volgen van een terroristische training, het uitreizen met terroristische doeleinden en het geven van (financiële) hulp bij voorbereidende handelingen, een strafbare feiten worden. Het Europees Parlement heeft in mei 2016 ingestemd met het geven van meer bevoegdheden van informatie uitwisseling aan Europol.

Ontwikkeling

De veiligheid en vrijheid van de burgers van de Europese Unie wordt door terrorisme behoorlijk aangetast. Door middel van een passend beleid probeert de EU zich al een aantal jaren voor te kunnen bereiden op gebeurtenissen die de veiligheid en vrijheid van de burgers in gevaar kunnen brengen. In het Verdrag van Amsterdam van 1997 zijn de grondslagen gelegd voor het optreden van de EU op het gebied van terrorisme. Deze optreden zijn verder uitgebreid na alle aanslagen van de afgelopen jaren in de VS en in Europa.

Het EU-antiterrorismebeleid richt zich op verschillende onderwerpen:

  1. Instellingen en organen: er werken steeds meer organen van de EU samen op dit gebied om samen terrorisme aan te pakken.
  2. Toegang tot en uitwisseling van informatie: hier wordt EU-breed aan gewerkt maar ook met de VS. De EU en de VS wisselen bijvoorbeeld persoonsgegevens van vliegtuigpassagiers uit.
  3. Preventie: Mogelijkheden en middelen moeten voor terroristen ontoereikend zijn. Mede hierdoor werden EU-paspoorten aangepast zodat het complexer zou zijn om toegang te krijgen tot middelen waarmee wapens zouden kunnen worden gemaakt. De mogelijkheden om terroristische organisaties te financieren worden ook beperkt.
  4. Bescherming: Hierbij kun je denken aan de veiligheid van belangrijke publieke plaatsen en aandacht aan de slachtoffers.
  5. Vervolging: Er is een Europees aanhoudingsbevel en een uitleveringsverdrag tussen EU lidstaten sinds 2002.

Instellingen en organen

Het agentschap FRONTEX werd in mei 2005 ingesteld voor de bewaking van de buitengrenzen. Europol, het EU-agentschap, werd versterkt en er is een Permanent Comité voor operationele samenwerking op het gebied van de binnenlandse veiligheid opgericht.

Terrorismebestrijding coördinator

De functie van EU-coördinator wordt uitgevoerd door Gilles de Kerchove uit België sinds 17 september 2007. Gilles de Kerchove coördineert namens de gehele Europese Raad het beleid om binnen de EU alle terrorisme tegen te gaan. Een van zijn taken is de communicatie tussen de EU lidstaten goed te laten verlopen op het gebied van antiterrorismebeleid. Ook dient hij er voor te zorgen dat de gezamenlijke EU strategie tegen terrorisme wordt uitgevoerd.
In zijn rapportage van 4 maart 2016 stelt hij vast dat er op alle terreinen sprake is van progressie. Alleen de informatie-uitwisseling tussen de politie, inlichtingendiensten en grensbeveiliging dient te zo spoedig mogelijk verbeterd te worden.

Europees Centrum voor terrorismebestrijding

Het Europees Centrum voor terrorismebestrijding werd gelanceerd op 25 januari 2016 door Europol. Dit centrum is er gekomen om er voor te zorgen dat er een betere uitwisseling van informatie komt tussen de Europese diensten die terrorisme moet bestrijden. Aanleiding voor het opstarten van het Europees Centrum zijn de aanslagen van Parijs van 13 november 2015, maar ook de voortdurende terroristische dreigingen in Europa. Het is de bedoeling dat dit het centrale informatiepunt gaat worden in de strijd tegen terrorisme. Het doel van dit centrum is er voor zorgen dat er een betere samenwerking komt tussen nationale politie- en veiligheidsdiensten. Sinds kort heeft Europol de mogelijkheid om terreurpropaganda direct van internet te kunnen verwijderen. 

Uitwisselen van informatie

De VS is sinds 2001 ook naar verschillende mogelijkheden aan het zoeken om terroristische aanslagen te kunnen voorkomen in de toekomst. Een van deze mogelijkheden is om informatie uit te wisselen van alle passagiers die vanuit andere werelddelen naar de VS reizen. Wat de VS nog hoog op hun prioriteiten lijst had staan was het in het bezit komen van privé gegevens van de naar de VS reizende passagiers waaronder naam- en creditcardgegevens. De EU heeft voornamelijk de privacy van haar burgers geprobeerd te beschermen maar uiteindelijk is er een verdrag gesloten met de VS in 2012 na een lange strijd.

Al eerder. Op 18 november 2011, werd er nog een akkoord bereikt, namelijk die over het verstrekken van bankgegevens aan de VS. Ook wel het SWIFT- akkoord genoemd. Het was al wel toegestaan enigszins wat informatie te verkrijgen in deze gegevens maar niet zo uitgebreid als de VS in eerste instantie graag zou willen. De VS mag deze echter alleen gebruiken voor andere doeleinden dan terrorismebestrijding. Ook mogen zij deze gegevens slechts een korte periode bewaren.

Na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo van januari 2015 zijn de grenscontroles alleen maar scherper geworden. Bernard Cazeneuve, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, nodigde in januari 2015 tien Europese ministers en de Amerikaanse minister Eric Holder in parijs bijeen om te bespreken hoe landen beter samen kunnen werken om terrorisme te kunnen bestrijden. Uit deze bespreking kwam naar voren dat de ministeres twee doelen stelden namelijk; het reizen van geradicaliseerde mensen of terroristen moet worden beperkt, en het feit dat mensen radicaliseren moet worden voorkomen. Om deze doelen te realiseren willen de ministers een aantal beleidsmaatregelen treffen. Een daarvan is meer informatie met elkaar delen over buitenlandse strijders. Ook willen ze geldstromen naar terreurgroepen en terroristen blokkeren. Daarnaast moet er nog een Europees Passagiersnamen Register worden opgezet waarmee alle vliegreizen van mensen worden geregistreerd. De inhoud die door de lidstaten wordt aangeleverd aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de nationale parlementen wordt jaarlijks gerapporteerd door Europol.

Preventie

Inmiddels zijn in alle paspoorten van de lidstaten biometrische kenmerken opgenomen. Hierbij kun je denken aan vingerafdrukken en een gezichtsopname. De regels tegen het gebruik van explosieven zijn ook drastisch verscherpt. De Commissie heeft in 2008 alle fabrieken-, handelaars en gebruikers van explosieven gedwongen om hun voorraadadministratie te verscherpen. Door het nemen van deze maatregelen zou het makkelijker moeten worden om verloren of gestolen explosieven te kunnen traceren. Ook werden in 2012 alle regels voor de grondstoffen waar explosieven uit bestaan aangescherpt.

De Europese Commissie heeft in 2007 een heel pakket aan maatregelen tegen terrorisme aangenomen. Een van deze maatregelen is het verbod van het opleiden en rekruteren van terroristen en het oproepen tot terreur in de gehele Europese Unie.

Er is ook aan een aanvullende richtlijn gedacht namelijk: zoals het volgen van terroristische trainingen en het uitreizen met terroristische doeleinden strafbaar maken. Net als het geven van hulp bij voorbereidende handelingen en financiering van terrorisme.

Er zijn in juni dit jaar een aantal zwakke punten in de wetgeving op het gebied van vuurwapenhandel en vuurwapenbezit aangepakt. De JBZ-raad heeft deze richtlijnen herzien en verscherpt. Voornamelijk op het gebied van het controleren op vuurwapenhandel, het verbeteren van de traceerbaarheid van wapens en strengere regelgeving over de aankoop van wapens. Verder gaan de EU lidstaten ook meer informatie onderling uitwisselen.

Bescherming

Het driejarenplan (Indictive Programme for the Instrument for Stability 2009-2011) van de Europese Commissie heeft deze opgericht om terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens nog verder toe te dringen. Dit plan richtte zich hoofdzakelijk op Pakistan, Afghanistan en de Sahel regio. In dit plan staan ook maatregelen om het gevaar van piraterij op zee en de georganiseerde misdaad in drugs- en wapensmokkel aan te pakken.

Samenwerking met andere organisaties NAVO

De NAVO verklaarde na de aanslagen van 11 september 2001 de oorlog aan het internationale terrorisme. Ook wel ‘war on terror’ genoemd. Sindsdien wisselen de lidstaten van de NAVO gegevens uit van systemen van de geheime diensten. De NAVO is destijds ook een grootschalige militaire operatie in Afghanistan. De geleverde troepen kwamen onder andere uit Nederland en Duitsland.

Antiterrorismebeleid